Busch-Free@home Voeding

De Busch-free@home voeding vormt de basis van iedere bedrade Busch-free@home installatie. Deze DIN-rail voeding voorziet de Busch-free@home buskabel van de juiste spanning en zorgt voor een betrouwbare communicatie tussen alle busdeelnemers, zoals sensoren, aktoren en het System Access Point. Zonder een busvoeding functioneert een bedraad Busch-free@home systeem niet.De voeding wordt in de meterkast op de DIN-rail gemonteerd en is geschikt voor zowel nieuwe als bestaande installaties.

Bij grotere systemen met meer dan 64 busdeelnemers kan een extra busvoeding worden toegepast om voldoende vermogen beschikbaar te houden.

 

Voedingen voor Busch-free@home: de busvoeding voor de bus, een losse 24 volt netvoeding voor componenten en een overspanningsbeveiliging voor de bus
Busch-free@home  voedingen

Voedingen voor Busch-free@home: de stroom achter je bus

Een bedrade Busch-free@home installatie draait op een eigen kabel door je woning: de buskabel. Daar loopt niet alleen de communicatie overheen, maar ook de spanning waarop je bedienpunten werken. Die spanning komt uit de busvoeding in de meterkast.

Op deze pagina lees je wat de busvoeding precies doet, hoeveel deelnemers en hoeveel meter kabel eraan mogen hangen, en wanneer je een tweede voeding of een overspanningsbeveiliging nodig hebt.

  • 30 volt op de bus
  • Tot 64 deelnemers per voeding
  • Montage op DIN-rail

Waarom heeft je systeem een voeding nodig?

In een bedrade Busch-free@home installatie praten alle onderdelen met elkaar over de bus: twee aders van de buskabel die van de meterkast naar elk bedienpunt loopt. Die twee aders doen twee dingen tegelijk. Ze dragen de opdrachten heen en weer, en ze leveren de spanning waarop de sensoren, thermostaten en bedieningselementen zelf werken.

Een schakelaar aan de wand hangt dus niet op 230 volt. Hij werkt op de lage spanning van de bus, geeft zijn opdracht door aan een aktor in de meterkast, en die aktor schakelt vervolgens de 230 volt naar de lamp. Zonder busvoeding staat er niets op de bus en gebeurt er dus ook niets.

In deze categorie vind je drie apparaten die elk een eigen taak hebben:

  • De busvoeding Zet 30 volt op de bus, zodat je bedrade deelnemers kunnen werken en met elkaar communiceren. Nodig bij elke bedrade installatie.
  • De 24 volt netvoeding Levert de 24 volt die je over het tweede aderpaar van de buskabel meestuurt om het System Access Point te voeden. Een aanvulling, geen vervanging.
  • De overspanningsbeveiliging Een busaansluitklem met fijnbeveiliging, die je deelnemers beschermt tegen spanningspieken door blikseminslag of schakelen in de buurt.

Werk je puur draadloos? Bij Busch-free@home Wireless of Flex is er geen bus en dus geen busvoeding nodig. Die onderdelen sluit je gewoon op 230 volt aan en ze communiceren draadloos in de 2,4 GHz-band. Combineer je bedraad en draadloos in één woning, dan heb je voor het bedrade deel wel een busvoeding nodig.

De drie voedingen: welke doet wat?

Ze zitten alle drie in de meterkast of aan de bus, maar ze doen echt iets anders. Dit is het verschil in het kort.

  • Busvoeding

    Zet 30 volt op de twee busaders, zodat je bedrade deelnemers werken en communiceren. Er mogen 64 bedrade deelnemers aan hangen. Bij elke bedrade installatie heb je er minstens één nodig.

    • Voor de bedrade bus
    • 30 volt, 640 mA
    • DIN-rail
    Bekijk de busvoeding
  • 24 volt netvoeding

    Levert 24 volt gelijkspanning voor het System Access Point. Die stuur je mee over het geel-witte aderpaar van de buskabel, zodat je geen aparte voedingskabel naar dat punt hoeft te trekken.

    • 24 volt, 2500 mA
    • Voor het access point
    • DIN-rail
    Bekijk de 24 volt voeding
  • Overspanningsbeveiliging

    Een busaansluitklem met ingebouwde fijnbeveiliging. Je klemt hem in de buskabel en lust de kabel er doorheen. Beschermt je deelnemers tegen pieken, bijvoorbeeld bij onweer in de buurt.

    • Busaansluitklem
    • Fijnbeveiliging
    • Optioneel
    Bekijk de beveiliging

De busvoeding is niet optioneel. Zonder busvoeding staat er geen spanning op de bus en werken je bedrade onderdelen niet, ook niet als alles verder netjes is aangesloten. De 24 volt netvoeding en de overspanningsbeveiliging zijn aanvullingen; ze kunnen de busvoeding niet vervangen.

Hoe de busvoeding en de buskabel samenwerken

De busvoeding staat op de DIN-rail in de meterkast en zet zijn spanning op de buskabel. Die kabel gaat vanaf daar het huis in. In de kabel zitten vier massieve aders van 0,8 millimeter, verdeeld over twee paren, en die paren hebben elk hun eigen rol.

Overzicht van de buskabel voor Busch-free@home met de lijn-, ster- en boomtopologie, de busvoeding, het System Access Point en de deelnemers, en een doorsnede van de groene buskabel met vier aders

De busvoeding, het System Access Point en alle deelnemers hangen aan dezelfde kabel. Je bent vrij in de vorm die het kabeltracé aanneemt: als één doorlopende lijn langs de bedienpunten, met vanuit de meterkast een aparte tak naar elke ruimte, of met een aftakking halverwege naar een groepje punten. Die vormen mag je ook combineren.

Twee aderparen, twee taken

Aderpaar Kleuren Waar de spanning vandaan komt Waarvoor het dient
Het busaderpaar Rood en zwart Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1) De bus zelf. Hier lopen de opdrachten overheen en hier halen de bedienpunten hun werkspanning uit.
Het tweede aderpaar Wit en geel Netvoeding voor montage op DIN-rail 24VDC 2500mA (CP-D24/2.5) Blijft vrij, of voert 24 volt naar het System Access Point. Dat scheelt een aparte voedingskabel naar die plek.

De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.

Twee voedingen, één kabel. Dat de buskabel vier aders heeft, is dus geen overbodige luxe. De busvoeding bedient het rood-zwarte paar, en als je het System Access Point over de kabel wilt voeden, hangt de 24 volt netvoeding aan het geel-witte paar. Omdat het allebei om laagspanning en om een klein vermogen gaat, kan dat prima in dezelfde kabel. Netspanning hoort er nooit op.

Hoeveel deelnemers en hoeveel meter mag er aan?

Een busvoeding kan niet eindeloos veel bedienpunten voeden en de kabel mag niet eindeloos lang zijn. Over elke meter koper gaat een klein beetje spanning verloren, en elke deelnemer trekt zijn eigen stroompje. Busch-Jaeger geeft daarom vier afstanden en een maximum aantal deelnemers.

De vier afstandsgrenzen van de buskabel: maximaal 1000 meter totale leidinglengte, maximaal 350 meter van de busvoeding tot een deelnemer, maximaal 700 meter tussen twee deelnemers en minimaal 200 meter tussen twee busvoedingen

In de tekening staat SV voor de busvoeding en D voor een deelnemer. Van links naar rechts: de totale lengte van alle buskabel bij elkaar, de afstand van de busvoeding tot de verste deelnemer, de langste route tussen twee deelnemers onderling, en de minimale afstand die je aanhoudt als er twee busvoedingen op dezelfde lijn zitten.

Grens Grenswaarde Wat het betekent in de praktijk
Bedrade deelnemers per busvoeding 64 De voeding zelf telt niet mee. Heb je er meer, dan komt er een tweede busvoeding bij.
Deelnemers per System Access Point 150 Bedraad en draadloos bij elkaar opgeteld. Dit staat los van het aantal per busvoeding.
Totale lengte van de buskabel 1000 meter Alle meters bij elkaar opgeteld, dus ook de aftakkingen naar de zolder en de garage.
Van de busvoeding tot de verste deelnemer 350 meter Meet je langs het kabeltracé vanaf de meterkast, niet hemelsbreed.
Tussen twee willekeurige deelnemers 700 meter De langste route van het ene bedienpunt naar het andere, via de kabel.
Tussen twee busvoedingen op dezelfde lijn Minimaal 200 meter Zet een tweede voeding dus niet naast de eerste in dezelfde kast.

De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.

Waarom 64 en 150 allebei kloppen

Deze twee getallen worden vaak door elkaar gehaald. Ze gaan over iets anders. De 64 is een grens van de voeding: zoveel bedrade deelnemers kan één busvoeding van stroom voorzien. De 150 is een grens van het System Access Point: zoveel deelnemers kan het in totaal beheren, bedraad en draadloos bij elkaar.

Wil je 100 bedrade deelnemers, dan blijf je dus binnen de 150 van het access point, maar heb je wel twee busvoedingen nodig. En houd tussen die twee voedingen minimaal 200 meter kabel aan, want op korte afstand werken ze elkaar tegen.

Voor een gewone woning is dit geen zorg. Een eengezinswoning met slimme verlichting, zonwering en thermostaten komt zelden boven de dertig bedrade deelnemers uit, en de kabellengtes blijven ruim binnen de grenzen. De rekensom wordt pas interessant bij een groot pand, een lange oprit of een bijgebouw achter in de tuin.

De technische gegevens van de busvoeding

Dit zijn de gegevens van de Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1), de busvoeding die je bij een bedrade installatie in de meterkast zet.

Gegeven Waarde Wat je eraan hebt
Uitgangsspanning naar de bus 30 V, met een marge van 2 V naar boven en beneden Dit is de spanning waarop je bedienpunten werken.
Uitgangsstroom 640 mA Genoeg voor 64 bedrade deelnemers.
Ingangsspanning 127 tot 230 V wisselspanning, met een marge van 10 procent naar boven en 15 procent naar beneden Sluit je aan op een gewone groep in de meterkast.
Netfrequentie 50 of 60 Hz Geschikt voor het Nederlandse net.
Aantal bedrade deelnemers 64, de voeding zelf telt niet mee Meer deelnemers vraagt een tweede busvoeding.
Inbouwbreedte 4 modules op DIN-rail Reken die ruimte in je meterkast alvast in.
Omgevingstemperatuur -5 tot 45 °C Prima voor een meterkast binnenshuis.
Beschermingsgraad IP 20 Bedoeld voor een gesloten verdeelkast, niet voor buiten.

De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.

Keuzehulp: welke voeding heb je nodig?

Zoek de situatie op die bij jouw installatie past. In de laatste kolom staat wat je bestelt.

Jouw situatie Wat je nodig hebt Waarom
Je legt een bedrade installatie aan met buskabel Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1) Zet 30 volt op de bus. Zonder deze voeding werkt geen enkel bedraad bedienpunt.
Je komt boven de 64 bedrade deelnemers uit Een tweede Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1) Eén voeding bedient er maximaal 64. Houd minimaal 200 meter kabel tussen de twee voedingen.
Je wilt het System Access Point via de buskabel voeden Netvoeding voor montage op DIN-rail 24VDC 2500mA (CP-D24/2.5) Levert de 24 volt die je over het geel-witte aderpaar meestuurt, zodat je daar geen aparte voedingskabel naartoe hoeft te trekken.
Je buskabel gaat naar buiten, de grond in of naar een bijgebouw Overspanningsbeveiliging Bus (GHQ6310009R0001) Een kabel die het gebouw verlaat vangt eerder een piek op. De klem beschermt de deelnemers erachter.
Je werkt alleen draadloos, met Wireless of Flex Geen voeding uit deze categorie Er is geen bus. De onderdelen werken op 230 volt en communiceren draadloos. Bekijk dan de Busch-free@home Flex Wireless onderdelen.

De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.

De voedingen op een rij

Klik door voor de volledige specificaties, de actuele prijs en de beschikbaarheid.

  • Busch-Jaeger 6201/640.1 busvoeding voor Busch-free@home op DIN-rail Voor de bedrade bus

    Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1)

    Zet 30 volt op de bus, bij 640 mA, en voedt daarmee tot 64 bedrade deelnemers. Vier modules breed op DIN-rail in de meterkast.

    Bekijk de busvoeding
  • ABB CP-D 24/2.5 netvoeding 24 volt gelijkspanning 2500 mA voor montage op DIN-rail Voor het access point

    Netvoeding voor montage op DIN-rail 24VDC 2500mA (CP-D24/2.5)

    Levert 24 volt gelijkspanning bij 2500 mA. Hiermee voed je het System Access Point over het geel-witte aderpaar van de buskabel.

    Bekijk de 24 volt voeding
  • Busch-Jaeger GHQ6310009R0001 overspanningsbeveiliging als busaansluitklem voor de free@home bus Bescherming voor de bus

    Overspanningsbeveiliging Bus (GHQ6310009R0001)

    Een busaansluitklem met fijnbeveiliging. Je lust de buskabel er doorheen of takt er mee af, en beschermt zo de deelnemers tegen spanningspieken.

    Bekijk de beveiliging

Veelgestelde vragen over voedingen

Welke voeding heb ik nodig voor Busch-free@home?

Dat hangt af van je installatie. Voor een bedrade opzet met buskabel heb je een busvoeding nodig, die 30 volt op de bus zet. Wil je het System Access Point over de buskabel voeden, dan komt daar een 24 volt netvoeding bij. Gaat je buskabel naar buiten of de grond in, dan is een overspanningsbeveiliging verstandig. Werk je puur draadloos met Wireless of Flex, dan heb je geen voeding uit deze categorie nodig.

Wat doet de busvoeding precies?

De busvoeding zet 30 volt op het rood-zwarte aderpaar van de buskabel. Daar doen twee dingen tegelijk hun werk: de opdrachten lopen erover heen en weer, en de sensoren, thermostaten en bedieningselementen halen er hun werkspanning uit. Een schakelaar aan de wand hangt dus niet op 230 volt, maar op de bus. Zonder busvoeding staat er niets op de kabel en werkt er niets.

Hoeveel deelnemers kan ik op één busvoeding aansluiten?

Maximaal 64 bedrade deelnemers, waarbij de voeding zelf niet meetelt. Kom je daarboven, dan voeg je een tweede busvoeding toe. Voor een gemiddelde woning is 64 ruim voldoende: een eengezinswoning met slimme verlichting, zonwering en thermostaten blijft meestal onder de dertig deelnemers.

Waar zet ik een tweede busvoeding neer?

Niet naast de eerste. Tussen twee busvoedingen op dezelfde lijn houd je minimaal 200 meter kabel aan, want op korte afstand werken ze elkaar tegen. In de praktijk betekent dat een tweede voeding in een onderverdeler aan de andere kant van het pand. Twijfel je over je opzet, laat ons dan even meekijken.

Waarom kan het System Access Point 150 deelnemers aan en de busvoeding maar 64?

Omdat het over twee verschillende grenzen gaat. De 64 is een grens van de voeding: zoveel bedrade deelnemers kan één busvoeding van stroom voorzien. De 150 is een grens van het System Access Point: zoveel deelnemers kan het in totaal beheren, bedraad en draadloos bij elkaar opgeteld. Wil je 100 bedrade deelnemers, dan past dat binnen het access point, maar heb je wel twee busvoedingen nodig.

Hoe lang mag de buskabel vanaf de voeding zijn?

Vanaf de busvoeding tot de verste deelnemer mag maximaal 350 meter kabel liggen. De totale lengte van alle buskabel bij elkaar is maximaal 1000 meter, en tussen twee willekeurige deelnemers mag hooguit 700 meter kabel zitten. Meet daarbij langs het kabeltracé en niet hemelsbreed, want de weg omhoog naar het plafond en weer omlaag telt gewoon mee.

Heb ik een busvoeding nodig bij een draadloze installatie?

Nee. Bij een puur draadloze opzet met Busch-free@home Wireless of Flex is er geen buskabel en dus ook geen busvoeding. Die onderdelen sluit je aan op de gewone 230 volt en ze communiceren draadloos in de 2,4 GHz-band. Combineer je bedraad en draadloos in één woning, dan heb je voor het bedrade deel wel een busvoeding nodig.

Waarvoor gebruik ik de losse 24 volt netvoeding?

Om het System Access Point te voeden via het geel-witte aderpaar van de buskabel. Dat tweede aderpaar wordt door de bus zelf niet gebruikt, dus je kunt er 24 volt overheen sturen en zo een aparte voedingskabel naar dat punt uitsparen. Dat mag omdat het om laagspanning en om een klein vermogen gaat. Netspanning hoort nooit op de buskabel.

Wat is het verschil tussen de busvoeding en de 24 volt netvoeding?

De busvoeding voedt de bus zelf, het rood-zwarte aderpaar, zodat je bedrade onderdelen werken en communiceren. De 24 volt netvoeding voedt het System Access Point over het geel-witte aderpaar. Ze doen dus verschillend werk en ze vervangen elkaar niet. In veel bedrade installaties zitten ze allebei in de meterkast.

Wat doet de overspanningsbeveiliging en heb ik die nodig?

Het is een busaansluitklem met ingebouwde fijnbeveiliging. Je klemt hem in de buskabel en lust de kabel er doorheen of takt er mee af. Hij beschermt de deelnemers erachter tegen spanningspieken, bijvoorbeeld door blikseminslag in de buurt of door schakelen op het net. Verplicht is hij niet, maar hij is verstandig zodra je buskabel het gebouw verlaat, de grond in gaat of naar een bijgebouw loopt.

Kan ik de voedingen op een DIN-rail in de meterkast monteren?

Ja, de busvoeding en de 24 volt netvoeding zijn gemaakt voor montage op een DIN-rail in de meterkast of verdeelkast. De busvoeding is vier modules breed, dus houd daar ruimte voor vrij. De overspanningsbeveiliging is geen railmodule maar een klem die je in de buskabel opneemt.

Kan ik een gewone 24 volt adapter gebruiken in plaats van de busvoeding?

Nee. De busvoeding is meer dan een stroombron: hij levert een gestabiliseerde spanning van 30 volt met de eigenschappen die het bussysteem nodig heeft om betrouwbaar te communiceren. Een willekeurige adapter voldoet daar niet aan en kan de communicatie verstoren of onderdelen beschadigen. Gebruik voor de bus dus altijd de voorgeschreven busvoeding.

Advies nodig over je installatie?

Twijfel je welke voeding bij jouw opzet past, of hoeveel deelnemers je straks hebt? Kom langs in onze showroom in Capelle aan den IJssel. We laten de onderdelen zien en rekenen met je mee aan een compleet, werkend systeem.

Voor uitgebreid advies raden we aan vooraf een afspraak te maken, zodat we rustig de tijd voor je kunnen nemen.

Hulp bij het samenstellen?

Welke voeding, hoeveel buskabel en welke onderdelen je precies nodig hebt, hangt af van je woning en je wensen. Wij helpen je graag met de juiste keuze en een compleet, werkend systeem.

Bekijk onze dienst domotica samenstellen of onze installatie en programmering, vraag een offerte aan voor een groter project, of neem gewoon contact met ons op.

De juiste voeding voor jouw free@home

Van de busvoeding voor je bedrade bus tot een losse 24 volt voeding en bescherming tegen overspanning. Kies de voeding die bij jouw installatie past.

Bekijk de busvoeding Bekijk de buskabel Alles van Busch-free@home