Busch-free@home Buskabel
Met een buskabel verbind je de verschillende buscomponenten binnen een bedrade Busch-free@home installatie. De bus zorgt voor de communicatie tussen de aangesloten componenten en wordt gebruikt bij zowel centrale installaties met aktoren op DIN-rail als decentrale oplossingen waarbij buscomponenten lokaal worden geplaatst. Bij een volledig Wireless Busch-free@home systeem is geen buskabel naar de Wireless componenten nodig.
De EIB/KNX-buskabel heeft twee aderparen. De rode en zwarte ader worden gebruikt voor de buscommunicatie en busvoeding van de Busch-free@home deelnemers. De gele en witte ader blijven daarbij beschikbaar en kunnen, wanneer een component aanvullende voeding nodig heeft, worden gebruikt voor een aparte voedingsspanning. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij bepaalde displays of andere componenten die naast de busaansluiting een extra voeding nodig hebben. Controleer hierbij altijd de aansluit- en voedingsspecificaties van de betreffende deelnemer.
Binnen deze categorie vind je EIB/KNX-buskabel 2x2x0,8 voor Busch-free@home, verkrijgbaar per meter en op rol. Daarnaast vind je hier aansluitmaterialen voor het verbinden van de busbedrading. Zo heb je de juiste bekabeling voor de communicatie, busvoeding en eventuele aanvullende voeding van componenten binnen een bedrade Busch-free@home installatie.

De buskabel verbindt de busvoeding, het System Access Point en alle deelnemers met elkaar. Je bent vrij in de vorm die het kabeltracé aanneemt: als één doorlopende lijn langs de bedienpunten, met vanuit de meterkast een aparte tak naar elke ruimte, of met een aftakking halverwege naar een groepje punten. Die vormen mag je ook combineren.
Buskabel voor Busch-free@home: welke kabel, hoeveel meter en waar let je op?
Bij een bedrade Busch-free@home installatie loopt er naast de gewone 230 volt bedrading nog een tweede kabel door je woning: de buskabel. Die verbindt alle slimme onderdelen met elkaar en met de meterkast, en voert tegelijk de spanning aan die de bedienpunten nodig hebben.
Het is geen dun signaaldraadje dat je er even bij frommelt. Het is een volwaardige kabel met vier massieve aders van 0,8 millimeter, die je bewust apart trekt en die aan een eigen norm moet voldoen. Op deze pagina lees je welke kabel je nodig hebt, hoeveel meter je bestelt en welke maximale lengtes gelden.
- KNX-gecertificeerd
- Per meter of op rol
- Ook voor buiten en in de grond
Wat doet de buskabel eigenlijk?
In een bedrade Busch-free@home installatie praten de onderdelen niet via wifi met elkaar, maar via een eigen kabel. Druk je op een knop in de woonkamer, dan gaat dat signaal over de buskabel naar de aktor in de meterkast, en die schakelt vervolgens de 230 volt naar de lamp. De buskabel voert dus geen lampstroom: hij vervoert opdrachten.
Tegelijk levert dezelfde kabel de spanning waarop de bedienpunten zelf werken. Een busvoeding in de meterkast zet er 30 volt op, en daar doen alle sensoren, thermostaten en bedieningselementen het op. Dat is meteen de reden dat er een maximum zit aan de lengte en aan het aantal deelnemers: hoe langer de kabel, hoe meer spanning er onderweg verloren gaat.
- Een eigen kabel, die je meetrekt De buskabel loopt naast je gewone installatiedraad mee, vanaf de meterkast naar elk bedienpunt. Hij vervangt niets en hij hangt nergens aan vast: het is en blijft een eigen kabel, die je in een eigen buis of gewoon in hetzelfde tracé meetrekt.
- Massieve aders, geen soepel snoer De aders zijn massief koper van 0,8 millimeter en zitten per vier in een stervierer gedraaid. Dat maakt de kabel stug genoeg om door een buis te trekken en zorgt dat hij netjes in de klemmen blijft zitten.
- Groene mantel als herkenning Buskabel voor KNX en Busch-free@home is groen. Dat is geen decoratie maar een afspraak: iedereen die later aan de installatie werkt, ziet meteen dat dit geen 230 volt is.
- Data en voeding over dezelfde twee aders Het rode en het zwarte draadje doen allebei tegelijk: ze dragen de communicatie en de busspanning. Daarom zijn er maar twee aders nodig voor de bus zelf.
Alleen bij een bedrade opzet. Kies je voor de draadloze variant van Busch-free@home, dan heb je geen buskabel nodig: die onderdelen communiceren draadloos en werken op de bestaande 230 volt bedrading. Bouw of verbouw je toch, leg de buskabel dan alvast mee. Achteraf een kabel toevoegen betekent breken; nu meeleggen kost weinig extra.
Welke kabel heb je nodig?
Busch-Jaeger schrijft in het systeemhandboek van Busch-free@home één kabeltype voor: een KNX-gecertificeerde buskabel van het type J-Y(St)Y 2 x 2 x 0,8 mm. Alle kabels op deze pagina voldoen daaraan. Het verschil zit in het materiaal van de mantel, en dat bepaalt waar je de kabel mag leggen.
-
Standaard, voor binnen
De gewone uitvoering met PVC-mantel, voor gebruik binnenshuis in buis, in de wand of achter de plafondplaat. Dit is de kabel die in de meeste woningen wordt gebruikt.
UNITRONIC BUS EIB / KNX 2x2x0,8 (100 meter) -
Halogeenvrij, voor eisen aan brandgedrag
Dezelfde kabel, maar met een halogeenvrije mantel. Die geeft bij brand geen bijtende rookgassen af. Vaak verplicht in vluchtwegen, appartementsgebouwen en projecten met strengere eisen.
UNITRONIC BUS EIB H / KNX 2x2x0,8 (per meter) -
Voor rechtstreeks de grond in
Een grondkabel met een taaie buitenmantel die tegen vocht kan. Nodig als je de bus naar een tuinhuis, garage of buitenverlichting brengt en de kabel de grond in gaat.
Y(ST)2Y 2X2X0.8 GN voor direct in de grond (per meter)
De verschillen op een rij
| Kabel | Mantel | Waar je hem gebruikt | Hoe je hem koopt |
|---|---|---|---|
| UNITRONIC BUS EIB / KNX 2x2x0,8 (100 meter) | PVC, groen | Binnen, in buis of weggewerkt in de wand. De standaardkeuze voor een woning. | Op rol van 100 meter, of per meter |
| UNITRONIC BUS EIB H / KNX 2x2x0,8 (per meter) | Halogeenvrij, groen | Binnen, waar eisen gelden aan rookontwikkeling bij brand | Per meter |
| Leoni EIB-KNX Gecertificeerd 2X2X0.8 GN (100 meter) | Halogeenvrij, groen | Binnen, waar eisen gelden aan rookontwikkeling bij brand | Op rol van 100 meter, of per meter |
| Leoni EIB-KNX Gecertificeerd Y(ST)2Y 2X2X0.8 GN voor direct in de grond (per meter) | Polyetheen, groen | Rechtstreeks in de grond, naar een tuinhuis, garage of buitenpost | Per meter |
De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.
De technische gegevens van de buskabel
Deze waarden gelden voor de standaard KNX-buskabel. Ze zijn handig als je wilt weten of de kabel door een bepaalde buis past, hoe strak je hem mag buigen of hoe hij zich verhoudt tot je 230 volt bedrading.
| Gegeven | Waarde | Wat je eraan hebt |
|---|---|---|
| Voorgeschreven type | KNX-gecertificeerde buskabel J-Y(St)Y 2 x 2 x 0,8 mm | Dit staat zo in het systeemhandboek van Busch-free@home. Een willekeurige signaalkabel voldoet dus niet. |
| Aders | Vier massieve koperaders van 0,8 mm, gedraaid tot een stervierer | Massief koper klemt goed en laat zich door een buis duwen. |
| Mantelkleur | Groen | De herkenbare kleur voor bus in plaats van netspanning. |
| Testspanning tussen de aders | 4000 V | De isolatie is fors overgedimensioneerd ten opzichte van de 30 volt die er echt op staat. |
| Maximale bedrijfsspanning | 250 V piek, uitdrukkelijk niet bedoeld voor voedingstoepassingen | Gebruik het vrije aderpaar dus nooit om 230 volt mee te voeren. |
| Temperatuurbereik bij vaste installatie | -30 tot +70 °C | Ruim genoeg voor een kruipruimte, een zolder of een buitenmuur. |
| Kleinste buigradius | 10 keer de kabeldiameter | Forceer geen scherpe hoek achter een inbouwdoos; dat beschadigt de aders. |
| Busspanning uit de voeding | 30 V, met een marge van 2 V naar boven en beneden, bij 640 mA | Dit is wat de Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1) op de kabel zet. |
De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.
Vier aders, twee paren: wat doet welk paar?
In de kabel zitten vier aders. Dat lijkt er twee te veel, want de bus zelf heeft er maar twee nodig. Het tweede paar is geen overbodige luxe: je kunt er het System Access Point mee voeden. De hele buskabel werkt op laagspanning, dus zolang het om een klein vermogen gaat hoef je er geen aparte voedingskabel naartoe te trekken.
| Aderpaar | Kleuren | Waarvoor het dient | Bijbehorende klem |
|---|---|---|---|
| Het busaderpaar | Rood en zwart | De bus zelf. Hier lopen de opdrachten overheen en hier staat de busspanning op waarmee de bedienpunten werken. | Busaansluitklem 2x 4-polig (243-211), donkergrijs met rood |
| Het tweede aderpaar | Wit en geel | Blijft vrij, of voert 24 volt om het System Access Point te voeden. Zo hoef je er geen aparte voedingskabel naartoe te trekken. | Busaansluitklem 2x 4-polig (243-212), lichtgrijs met geel |
De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.
Waarom twee kleuren klemmen? De klemmen zijn per aderpaar gekleurd, zodat je in een volle lasdoos in één oogopslag ziet wat waar hoort. Rood en donkergrijs is het busaderpaar, geel en lichtgrijs het tweede paar. Elke klem heeft twee polen met twee klemposities, zodat je de kabel kunt doorlussen naar het volgende bedienpunt zonder ergens een lasje te maken.
Wil je het System Access Point via het tweede aderpaar voeden, dan heb je daar een aparte 24 volt voeding voor nodig, bijvoorbeeld een Netvoeding voor montage op DIN-rail 24VDC 2500mA (CP-D24/2.5) in de meterkast. Zet er nooit 230 volt op.
Hoe de buskabel loopt en hoe lang hij mag zijn
Een buskabel mag lang zijn, maar niet oneindig. De busvoeding zet er 30 volt op, en over elke meter koper gaat een klein beetje van die spanning verloren. Zit een bedienpunt te ver weg, dan houdt het aan het eind te weinig over om betrouwbaar te werken. Busch-Jaeger geeft daarom vier afstanden waar je je aan houdt. In een gewone eengezinswoning kom je daar nergens in de buurt; bij een lange oprit, een groot pand of een aanbouw achter in de tuin is het wel iets om even na te rekenen.

In de tekening staat SV voor de busvoeding en D voor een deelnemer, zoals een bedieningselement of een thermostaat. Van links naar rechts: de totale lengte van alle buskabel bij elkaar, de afstand van de busvoeding tot de verste deelnemer, de langste route tussen twee deelnemers onderling, en de minimale afstand die je aanhoudt als er twee busvoedingen op dezelfde lijn zitten.
Wat je in de tekening ook ziet, is dat de bus alle kanten op mag. Vanaf de busvoeding loopt een hoofdlijn door het pand, daar hangen deelnemers rechtstreeks aan, en halverwege takt een zijtak af naar een paar bedienpunten verderop. Je hoeft dus geen vaste volgorde aan te houden en je hoeft niet elke kabel apart terug te trekken naar de meterkast.
Meet daarbij altijd langs de kabel en niet hemelsbreed. De weg omhoog naar het plafond, langs de balklaag en weer omlaag naar de inbouwdoos telt gewoon mee, en die weg is een stuk langer dan de afstand die je met een liniaal op de plattegrond opmeet.
| Grens | Grenswaarde | Wat het betekent in de praktijk |
|---|---|---|
| Totale lengte van de buskabel | 1000 meter | Alle meters bij elkaar opgeteld, dus ook de aftakkingen naar de zolder en de garage. |
| Van de busvoeding tot de verste deelnemer | 350 meter | Meet je vanaf de meterkast langs het kabeltracé, niet hemelsbreed. |
| Tussen twee willekeurige deelnemers | 700 meter | De langste route van het ene bedienpunt naar het andere, via de kabel. |
| Tussen twee busvoedingen op dezelfde lijn | Minimaal 200 meter | Heb je een tweede voeding nodig, zet die dan niet naast de eerste. Op te korte afstand werken ze elkaar tegen. |
| Bedrade deelnemers per busvoeding | 64 | Heb je er meer, dan komt er een tweede busvoeding bij. De voeding zelf telt niet mee. |
| Deelnemers per System Access Point | 150 | Bedraad en draadloos bij elkaar opgeteld, ruim voldoende voor een complete woning. |
De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.
Hoe je de kabel mag leggen
In een echte woning lopen die vormen altijd door elkaar heen. Vanuit de meterkast gaat de kabel omhoog naar de verdieping, daar loopt hij als lijn langs de slaapkamers, en op de overloop takt een zijtak af naar de badkamer. Dat mag gewoon. Je hoeft dus geen strak schema te bedenken; je volgt de weg die bouwkundig het handigst is.
Eén ding mag niet: een ring. Laat de kabel nooit terugkomen op een punt waar hij al geweest is. Het systeemhandboek is daar duidelijk over: lijn, ster en boom mogen door elkaar, alleen ringen mogen niet worden opgebouwd. Een gesloten lus verstoort de communicatie en is achteraf lastig te vinden.
Hoeveel meter bestel je?
Buskabel bestel je per meter of op een rol van 100 meter. Te weinig bestellen is vervelend, want een kabel verlengen midden in een muur wil je niet. Zo kom je tot een realistisch aantal meters:
- Loop het tracé na Teken op de plattegrond waar de buskabel langs moet: van de meterkast naar elk bedienpunt, elke thermostaat en elk paneel. Vergeet de zolder, de garage en de buitenpost niet.
- Meet langs de kabelweg Meet niet hemelsbreed maar zoals de kabel echt loopt: omhoog naar het plafond, langs de balklaag en weer omlaag naar de inbouwdoos. Dat verschil is vaak fors.
- Tel een marge op Reken op ongeveer tien tot twintig procent extra voor bochten, lussen in de doos en het stukje dat je nodig hebt om prettig te kunnen werken. Aan elk uiteinde houd je liever wat over.
- Kies rol of losse meters Kom je in de buurt van honderd meter, dan is een rol praktischer en meestal voordeliger. Voor een enkel traject naar het tuinhuis bestel je gewoon het aantal meters dat je nodig hebt.
Leg meer dan je nu nodig hebt. De grootste kostenpost is niet de kabel maar het werk om hem er later alsnog in te krijgen. Ga je toch door de muur, trek dan meteen een kabel naar plekken waar je misschien ooit een paneel of thermostaat wilt: de hal, de overloop, naast de voordeur. Een ongebruikt uiteinde in een inbouwdoos kost je niets.
Keuzehulp: welke situatie, wat heb je nodig?
Zoek de situatie op die bij je project past. In de laatste kolom staat wat je erbij bestelt.
| Jouw situatie | Welke kabel | Wat je erbij nodig hebt |
|---|---|---|
| Nieuwbouwwoning, alles binnen, standaard eisen | UNITRONIC BUS EIB / KNX 2x2x0,8 (100 meter) | Een Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1) en een SAP.13 System Access Point 3.0 Free@home (TP) Free@home wireless |
| Appartement of pand met eisen aan rookontwikkeling bij brand | UNITRONIC BUS EIB H / KNX 2x2x0,8 (per meter) of Leoni EIB-KNX Gecertificeerd 2X2X0.8 GN (100 meter) | Dezelfde voeding en hetzelfde System Access Point. Laat je installateur vaststellen welke brandklasse in jouw pand verplicht is. |
| Bus doortrekken naar een tuinhuis, garage of buitenpost | Leoni EIB-KNX Gecertificeerd Y(ST)2Y 2X2X0.8 GN voor direct in de grond (per meter) | Een Overspanningsbeveiliging Bus (GHQ6310009R0001) in de meterkast, omdat een kabel die naar buiten gaat gevoeliger is voor overspanning |
| Aansluiten en doorlussen in de inbouwdoos | De kabel die je al gekozen hebt | Busaansluitklem 2x 4-polig (243-211) voor het busaderpaar en Busaansluitklem 2x 4-polig (243-212) voor het tweede aderpaar |
| Meer dan 64 bedrade deelnemers in huis | Dezelfde kabel, de kabelkeuze verandert niet | Een tweede Voeding voor Busch-free@home (6201/640.1) |
| Het System Access Point voeden zonder aparte voedingskabel | Dezelfde kabel, je gebruikt het tweede aderpaar | Een Netvoeding voor montage op DIN-rail 24VDC 2500mA (CP-D24/2.5) in de meterkast |
| Bestaande woning, geen kabels kunnen of willen trekken | Geen buskabel nodig | Kies de draadloze opzet met Busch-free@home Flex Wireless |
De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.
Waar je bij het leggen op let
De buskabel is geen ingewikkelde kabel, maar er zijn een paar dingen die je later niet meer makkelijk repareert. Neem ze mee als je aan het trekken slaat.
- Houd de kleuren consequent aan Sluit overal rood en zwart aan op de bus, en gebruik geel en wit alleen voor de 24 volt naar het System Access Point of laat ze los. Wissel je halverwege van kleur, dan zoekt de volgende monteur zich suf.
- Laat lus over in elke doos Reken op vijftien tot twintig centimeter extra in elke inbouwdoos. Dat is genoeg om het bedieningselement er comfortabel uit te halen als je later iets wilt wisselen.
- Buig niet te scherp De kleinste buigradius is tien keer de kabeldiameter. Achter een inbouwdoos wil je de kabel weleens haaks omvouwen, en juist daar breken aders af.
- Zet er nooit netspanning op De kabel is bedoeld voor de bus en voor hooguit 24 volt op het tweede paar. De fabrikant vermeldt uitdrukkelijk dat hij niet voor voedingstoepassingen is bedoeld.
- Samen met 230 volt in dezelfde buis mag De aders zijn onderling beproefd op 4000 volt, en die versterkte isolatie is er juist op gemaakt om de buskabel samen met je 230 volt installatie te kunnen leggen. Let alleen op de ruimte: de kabel moet er wel bij passen, dus kies de buisdiameter er op voorhand ruim genoeg voor.
- De grond in vraagt om een andere buskabel Voor rechtstreeks in de grond is er aparte buskabel met een polyetheen buitenmantel, zoals de Leoni EIB-KNX Gecertificeerd Y(ST)2Y 2X2X0.8 GN voor direct in de grond (per meter). Leg daar geen gewone binnenkabel, ook niet in een buis, want die houdt het op termijn niet.
- Denk aan bescherming bij een kabel naar buiten Gaat de bus de grond in of naar een losstaand gebouw, dan is het verstandig om een overspanningsbeveiliging in de meterkast op te nemen. Een blikseminslag in de buurt kan anders een hele reeks buscomponenten meenemen.
Veelgestelde vragen over de buskabel
Welke buskabel heb ik nodig voor Busch-free@home?
Busch-Jaeger schrijft een KNX-gecertificeerde buskabel voor van het type J-Y(St)Y 2 x 2 x 0,8 mm. Dat is een groene kabel met vier massieve koperaders van 0,8 millimeter. Alle buskabels die wij verkopen voldoen daaraan. Het verschil tussen de uitvoeringen zit in de mantel: gewoon PVC voor binnen, halogeenvrij waar eisen gelden aan rookontwikkeling bij brand, en een grondkabel als de kabel de tuin in gaat.
Hoeveel meter buskabel moet ik bestellen?
Loop op de plattegrond het hele tracé na, van de meterkast naar elk bedienpunt, en meet langs de weg die de kabel echt aflegt: omhoog naar het plafond, langs de balklaag en weer omlaag. Tel daar ongeveer tien tot twintig procent bij op voor bochten en voor de lus die je in elke inbouwdoos overhoudt. Kom je in de buurt van honderd meter, dan is een rol praktischer dan losse meters.
Mag ik de buskabel in een ring leggen?
Nee. Het systeemhandboek van Busch-free@home is daar duidelijk over: je mag de vormen lijn, ster en boom door elkaar gebruiken, maar ringen mogen niet worden opgebouwd. Laat de kabel dus nooit terugkomen op een punt waar hij al geweest is. Een gesloten lus verstoort de communicatie en is achteraf lastig terug te vinden.
Hoeveel deelnemers kan ik op één busvoeding aansluiten?
Maximaal 64 bedrade deelnemers per busvoeding, waarbij de voeding zelf niet meetelt. Heb je er meer nodig, dan voeg je een tweede busvoeding toe. In totaal ondersteunt het System Access Point tot 150 deelnemers, bedraad en draadloos bij elkaar opgeteld. Voor een gemiddelde woning is dat ruim voldoende.
Waar zet ik een tweede busvoeding neer?
Zodra je meer dan 64 bedrade deelnemers hebt, komt er een tweede busvoeding bij. Zet die niet naast de eerste in de meterkast, maar houd minimaal 200 meter kabel tussen de twee voedingen aan. Staan ze te dicht bij elkaar, dan werken ze elkaar tegen op de lijn. In een gemiddelde woning kom je zelden boven de 64 deelnemers uit, dus in de praktijk speelt dit vooral bij grotere panden. Twijfel je over je opzet, laat ons dan even meekijken.
Wat is de maximale lengte van de buskabel?
Er gelden drie maxima. De totale lengte van alle buskabel bij elkaar is maximaal 1000 meter. Vanaf de busvoeding tot de verste deelnemer mag maximaal 350 meter kabel liggen. En tussen twee willekeurige deelnemers mag hooguit 700 meter kabel zitten. Daarnaast geldt er nog een minimum: zitten er twee busvoedingen op dezelfde lijn, dan houd je daar minimaal 200 meter kabel tussen. In een gewone eengezinswoning kom je bij geen van deze grenzen in de buurt.
Waarvoor zijn de witte en de gele ader?
De bus zelf gebruikt alleen het rode en het zwarte draadje. Het witte en gele paar blijft in de meeste installaties vrij, maar je kunt het gebruiken om het System Access Point met 24 volt te voeden. Dat scheelt een aparte voedingskabel naar die plek, en dat mag omdat het om laagspanning en om een klein vermogen gaat. Je hebt er wel een aparte 24 volt voeding in de meterkast voor nodig. Netspanning hoort nooit op de buskabel.
Mag de buskabel samen met 230 volt in dezelfde buis?
Ja, dat mag. De aders van een KNX-gecertificeerde buskabel zijn onderling beproefd op 4000 volt, en die versterkte isolatie is er juist op gemaakt om de buskabel samen met een installatie van 230 volt te kunnen leggen. Waar je in de praktijk tegenaan loopt is de ruimte: de kabel moet er natuurlijk wel bij passen, en door een propvolle buis krijg je hem er niet meer doorheen. Houd daar rekening mee als je de buisdiameter kiest. Wat nooit mag, is netspanning op het vrije aderpaar van de buskabel zetten.
Welke kabel heb ik nodig voor een tuinhuis of een garage?
Daar bestaat speciale buskabel voor. Naast de gewone buskabel voor binnen is er een uitvoering die rechtstreeks de grond in mag: de Leoni EIB-KNX Gecertificeerd Y(ST)2Y 2X2X0.8 GN voor direct in de grond (per meter). Die heeft een taaie polyetheen buitenmantel die tegen vocht en grondwerk kan, waar een gewone binnenkabel op termijn stuk gaat. Neem daarbij een overspanningsbeveiliging op in de meterkast, want een kabel die het gebouw verlaat is gevoeliger voor overspanning door blikseminslag in de omgeving.
Wat is het verschil tussen de gewone en de halogeenvrije buskabel?
Elektrisch zijn ze gelijk: dezelfde aders, dezelfde eigenschappen, dezelfde toepassing. Het verschil zit in het mantelmateriaal. Een halogeenvrije kabel geeft bij brand geen bijtende rookgassen af, wat de schade beperkt en de vluchtroute beter begaanbaar houdt. In vluchtwegen, appartementsgebouwen en veel projectbouw is dat verplicht. Vraag je installateur welke brandklasse in jouw pand geldt.
Heb ik speciale klemmen nodig om de buskabel aan te sluiten?
Bij de meeste bedieningselementen zit een busaansluitklem meegeleverd. Losse klemmen zijn handig als je in een inbouwdoos of lasdoos wilt doorlussen naar het volgende bedienpunt. De klemmen zijn per aderpaar gekleurd: donkergrijs met rood voor het busaderpaar en lichtgrijs met geel voor het tweede paar. Elke klem heeft twee polen met twee klemposities, zodat de kabel er doorheen kan lopen.
Liever eerst even sparren over je installatie?
Een bedrade installatie plan je maar één keer, en de keuzes die je nu maakt bepalen hoe makkelijk je later kunt uitbreiden. In onze showroom in Capelle aan den IJssel kijken we samen naar je plattegrond en bepalen we waar de buskabel langs moet.
Voor uitgebreid advies raden we aan vooraf een afspraak te maken, zodat we rustig de tijd voor je kunnen nemen.
Weet je niet hoeveel meter je nodig hebt?
Stuur ons je plattegrond met de gewenste bedienpunten, dan rekenen we het aantal meters voor je uit en zetten we er meteen de voeding en toebehoren bij.
Leg de basis goed aan
De buskabel is het goedkoopste onderdeel van je installatie en tegelijk het lastigste om achteraf toe te voegen. Kies de juiste uitvoering en trek meteen genoeg.