KNX hulpvoedingen

Een KNX hulpvoeding wordt gebruikt voor het voeden van aanvullende componenten binnen een KNX-installatie die niet rechtstreeks via de KNX-bus worden gevoed. Denk hierbij aan touchscreens, visualisatieservers, IP-interfaces, sensoren met extra voedingsbehoefte, actuatoren met hulpspanning of andere systeemcomponenten die een aparte voedingsspanning nodig hebben. Een hulpvoeding ondersteunt dus de KNX-installatie, maar vervangt niet de standaard KNX busvoeding voor de TP-bus.

Afhankelijk van de toepassing zijn uitvoeringen beschikbaar voor verschillende spanningen en vermogens, waaronder 24 V DC hulpvoedingen voor systeem- en IP-componenten. De voedingen worden op de DIN-rail gemonteerd en zijn voorzien van beveiligingen tegen kortsluiting, overbelasting en oververhitting voor een betrouwbare en veilige werking. KNX hulpvoedingen worden toegepast als aanvulling op een reguliere KNX TP busvoeding en zorgen ervoor dat aanvullende systeemcomponenten stabiel en bedrijfszeker functioneren binnen jouw KNX Smart Home of gebouwautomatiseringsinstallatie.

 

KNX voeding

Hulpvoedingen: 24 volt naast de bus

Niet elk apparaat in een KNX installatie draait op de bus alleen. Een server, een weerstation of een display vraagt vaak nog een eigen voeding van 24 volt. Die noemen we een hulpvoeding, en dat is iets heel anders dan de busvoeding waarop je installatie draait.

Het verschil is belangrijk genoeg om er even bij stil te staan. Een busvoeding levert ongeveer 30 volt met een smoorspoel en draagt de communicatie. Een hulpvoeding levert 24 volt zonder smoorspoel en draagt geen data. Ze zijn niet uitwisselbaar, en ze horen op verschillende klemmen.

In deze categorie staan de losse voedingen van 24 volt, in gelijkspanning en in wisselspanning.

  • 24 volt, geen bus
  • Voor servers en weerstations
  • Nooit op de KNX-klem

Wanneer heb je een hulpvoeding nodig?

De meeste KNX-apparaten hebben genoeg aan de bus. Er is een categorie die dat niet heeft, en dat zijn meestal de apparaten die iets zwaarders doen dan een contact openen of sluiten: rekenen, een scherm aansturen, of iets verwarmen.

Vraag het altijd na op de datasheet van het apparaat dat je koopt. Daar staat of er een aparte voeding nodig is, welke spanning en hoeveel stroom.

  • Servers en visualisatie De Gira X1 en de Gira S1 werken op 24 tot 30 volt gelijkspanning, en de Schneider spaceLYnk op 24 volt. Die voeding zit niet in de doos.
  • Weerstations Een weerstation heeft vaak een eigen voeding nodig, onder meer voor de verwarming van de windsensor en de regensensor.
  • Displays en bedienschermen Vaste schermen aan de wand vragen meer vermogen dan de bus kan leveren.
  • Gateways en actoren Sommige gateways en actoren met extra vermogensbehoefte hebben een eigen aansluiting voor een hulpvoeding.

Een hulpvoeding hoort nooit op de KNX-klem. Dat is een van de bekendste fouten bij het aansluiten, en ETS meldt hem ook: de lijn is dan op de hulpaansluiting van de voeding gezet in plaats van op de KNX-aansluiting. Sluit je een hulpvoeding aan op de bus, dan werkt de communicatie niet en loop je het risico dat er iets beschadigt.

Wat vind je in deze categorie?

Drie uitvoeringen, en ze verschillen meer van elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken. Let vooral op het onderscheid tussen gelijkspanning en wisselspanning: die twee zijn niet uitwisselbaar.

Kenmerk Gira 1296 00 Gira 1024 00 ABB CP-D 24/2.5
Uitgang DC 24 V, 300 mA AC 24 V, 1 A DC 24 V instelbaar tot 28 V, 2,5 A
Soort spanning Gelijkspanning Wisselspanning Gelijkspanning
Netaansluiting AC 230 V, 50 of 60 Hz AC 230 V, 50 of 60 Hz 100 tot 240 V AC, of 120 tot 370 V DC
Breedte 4 modules 4 modules 71 mm
Vermogen Niet door Gira opgegeven Niet door Gira opgegeven 60 W, rendement ongeveer 86 procent
Beveiliging Fijnzekering 250 V, T 125 mA. IP20 Schroefklemmen tot 4 mm kwadraat Bestand tegen nullast, overbelasting en kortsluiting, met ingebouwde ingangszekering
Waar Gira of ABB hem voor noemt Externe voeding van de Gira One server. Ook bruikbaar als algemene 24 V bron Weerstation met verwarming van de windsensor, en de regensensor Algemene industriële voeding voor DIN-rail

De genoemde waarden zijn richtwaarden; raadpleeg voor de definitieve gegevens altijd de handleiding van het product.

Gelijkspanning of wisselspanning: kijk goed. De 1296 00 levert gelijkspanning, de 1024 00 wisselspanning. Sluit je een apparaat dat gelijkspanning verwacht aan op wisselspanning, dan werkt het niet en kan het schade opleveren. Op de datasheet van je apparaat staat DC of AC; volg dat letterlijk.

De ABB CP-D 24/2.5 is geen KNX-apparaat. Het is een gewone industriële voeding voor DIN-rail, en dat is precies waarom hij hier staat: hij levert 2,5 ampère, veel meer dan de andere twee, en is daarmee geschikt als je meerdere apparaten op één hulpvoeding wilt zetten. Hij heeft geen smoorspoel en hoort dus nooit op de KNX-klem.

Eén hulpvoeding voor meerdere apparaten?

Dat kan, en het is vaak verstandig. Heb je bijvoorbeeld een Gira X1 en een Gira S1 in dezelfde kast hangen, dan kunnen die samen op één voeding. De X1 gebruikt maximaal 4 watt en de S1 ongeveer 2 watt, dus een voeding van 300 milliampère bij 24 volt heeft daar genoeg aan.

Wil je meer apparaten op één voeding zetten, tel dan eerst op wat ze samen trekken en houd wat marge aan. Voor zwaardere combinaties is de ABB CP-D 24/2.5 met zijn 2,5 ampère de logische keuze.

  • Tel op wat de apparaten samen vragen. Op elke datasheet staat het opgenomen vermogen of de stroom. Reken alles om naar dezelfde eenheid voordat je optelt.
  • Controleer of het gelijkspanning of wisselspanning moet zijn. Apparaten die DC verwachten kun je niet op een AC-voeding zetten, ook niet als het voltage klopt.
  • Reken de ruimte in je kast na. De twee Gira-hulpvoedingen zijn allebei vier modules breed. Dat komt bovenop de busvoeding, je groepen en je schakelmodules.
  • Houd de bekabeling kort en netjes. Een hulpvoeding gaat met gewone draad naar de aparte klem van het apparaat. Verwissel die klem niet met de rood-zwarte KNX-klem.

Veelgestelde vragen over hulpvoedingen

Wat is het verschil tussen een hulpvoeding en een busvoeding?

Een busvoeding levert ongeveer 30 volt met een ingebouwde smoorspoel en draagt de communicatie van je installatie; die hoort op de rood-zwarte KNX-klem. Een hulpvoeding levert 24 volt zonder smoorspoel en draagt geen data. Die is bedoeld voor apparaten die naast de bus nog stroom nodig hebben, en gaat naar hun eigen klem.

Kan ik een hulpvoeding op de KNX-bus aansluiten?

Nee, en dat is een van de bekendste aansluitfouten. ETS meldt hem ook: de lijn is dan aangesloten op de hulpaansluiting in plaats van op de KNX-aansluiting. Zonder smoorspoel werkt de communicatie niet, en je loopt het risico dat er iets beschadigt. Houd de twee dus strikt gescheiden.

Welke apparaten hebben een hulpvoeding nodig?

Meestal de apparaten die meer doen dan een contact schakelen. De Gira X1 en de Gira S1 werken op 24 tot 30 volt gelijkspanning, de Schneider spaceLYnk op 24 volt. Weerstations hebben er vaak een nodig voor de verwarming van de windsensor. Ook displays en sommige gateways vragen een eigen voeding. Kijk het altijd na op de datasheet.

Wat is het verschil tussen de Gira 1296 00 en de 1024 00?

De 1296 00 levert 24 volt gelijkspanning bij 300 milliampère; die gebruik je onder meer voor de Gira One server en voor de Gira X1 en S1. De 1024 00 levert 24 volt wisselspanning bij 1 ampère, en Gira noemt die voor het weerstation met de verwarming van de windsensor. Gelijkspanning en wisselspanning zijn niet uitwisselbaar.

Kan ik de Gira X1 en de S1 op één voeding zetten?

Ja. De X1 gebruikt maximaal 4 watt en de S1 ongeveer 2 watt, dus samen blijven ze ruim binnen wat een voeding van 300 milliampère bij 24 volt levert. Hang je er nog meer op, tel dan eerst na wat alles samen trekt, of neem een zwaardere voeding zoals de ABB met 2,5 ampère.

Waarom staat er een industriële ABB-voeding tussen?

Omdat hij iets kan wat de andere twee niet kunnen: 2,5 ampère leveren. Dat is genoeg voor meerdere apparaten op één voeding. Het is geen KNX-apparaat en er zit geen smoorspoel in, dus op de bus hoort hij niet. Als algemene 24 volt bron in een KNX-kast doet hij prima dienst.

Hoeveel ruimte neemt een hulpvoeding in?

De twee Gira-uitvoeringen zijn allebei vier modules breed. Van de ABB geeft de fabrikant alleen 71 millimeter op, wat in de praktijk op ongeveer vier modules neerkomt. Reken die ruimte mee bovenop je busvoeding, je groepen en je schakelmodules.

Zit er een hulpvoeding bij mijn server in de doos?

Nee, bij geen van de servers die wij voeren. De Gira X1, de Gira S1 en de Schneider spaceLYnk hebben allemaal een aparte gelijkspanningsvoeding nodig die je erbij bestelt. Vergeet je die, dan hangt er een apparaat in je kast dat niet opstart. De Hager domovea is de uitzondering: die heeft de voeding aan boord.

Bekijk het in onze showroom

Wil je zien hoe een complete KNX kast wordt ingedeeld, met de busvoeding, de hulpvoeding en alles wat erbij hoort? Kom langs in onze showroom in Capelle aan den IJssel.

Voor uitgebreid advies raden we aan vooraf een afspraak te maken, zodat we rustig de tijd voor je kunnen nemen.

Hulp nodig bij het kiezen van de juiste maat?

Weet je niet zeker of je apparaat een hulpvoeding nodig heeft, of welke? Stuur ons het typenummer of de datasheet, dan zoeken wij het na en zeggen we welke voeding erbij past.

Bekijk onze dienst domotica samenstellen, of onze installatieservice en programmering. Werkt er al iets niet meer, kijk dan bij onderhoud, storing en uitbreiding. Je kunt ook gewoon contact met ons opnemen.

Bestel de juiste hulpvoeding

Vierentwintig volt naast de bus, voor de apparaten die daar niet genoeg aan hebben.

Bekijk de hulpvoedingen Laat het samenstellen Contact opnemen