Analoge actoren
Met KNX analoge actoren stuur je apparaten aan die werken met analoge stuursignalen, zoals 0-10V, 1-10V of andere proportionele regelsignalen. Deze actoren zetten KNX-opdrachten om naar een analoog uitgangssignaal en worden veel toegepast voor het regelen van verlichting, verwarmings- en koelinstallaties, ventilatiesystemen, kleppen, frequentieregelaars en andere gebouwtechnische toepassingen waarbij een variabel stuursignaal nodig is.
Afhankelijk van het model zijn uitvoeringen beschikbaar met 1-voudige, 2-voudige, 4-voudige of meerkanaals analoge uitgangen voor spannings- of stroomgestuurde toepassingen. Veel KNX analoge actoren ondersteunen functies zoals 0-10V en 1-10V regeling, schaalbare uitgangswaarden, centrale en proportionele regeling, status- en storingsmeldingen, handbediening op de module en uitgebreide parameterinstellingen via ETS-software.
De actoren worden op de DIN-rail gemonteerd, aangesloten op de KNX TP-bus en volledig geconfigureerd met ETS-software, zodat iedere analoge uitgang nauwkeurig kan worden afgestemd op de aangesloten installatie. Zo realiseer je een flexibele, betrouwbare en toekomstbestendige oplossing voor analoge licht-, klimaat- en gebouwtechnische sturing binnen jouw KNX Smart Home of professionele gebouwautomatiseringsinstallatie.
KNX analoge actoren en ingangen: meetwaarden je installatie in en uit
De meeste KNX-apparaten praten in termen van aan of uit, of in een percentage. Maar er is een hele wereld van apparatuur die met spanning en stroom werkt: een sensor die 4 tot 20 milliampère afgeeft, een ventilatiesysteem dat een stuurspanning van 0 tot 10 volt verwacht, een temperatuurvoeler die zijn weerstand verandert.
De apparaten op deze pagina vormen de brug tussen die twee werelden. Een analoge ingang leest zo'n signaal en zet het om in een waarde op de KNX-bus. Een analoge uitgang doet precies het omgekeerde: die zet een KNX-waarde om in een spanning of stroom voor een apparaat dat geen KNX spreekt.
Daarmee kun je apparatuur in je installatie opnemen die er zelf helemaal niets van weet. Dat is bij verbouwingen en bij installatietechniek vaak het ontbrekende puzzelstukje.
- Meten en aansturen
- Voor apparatuur zonder KNX
- Twee of vier kanalen
Ingang of uitgang: welke kant op gaat het signaal?
De categorie heet analoge actoren, maar er zitten twee verschillende soorten apparaten in. Het verschil is simpel als je je afvraagt welke kant het signaal op gaat.
| Soort | Welke kant op | Waarvoor je het gebruikt |
|---|---|---|
| Analoge ingang | Van buiten naar je installatie toe. Het apparaat leest een sensor en zet die waarde op de KNX-bus | Een temperatuur, een druk, een vochtigheid, een niveau in een tank of een lichtsterkte in je installatie krijgen, zodat je er iets mee kunt doen |
| Analoge uitgang | Van je installatie naar buiten. Het apparaat zet een KNX-waarde om in een spanning of een stroom | Een ventilatiesysteem, een luchtbehandelingskast of een klep aansturen die zelf geen KNX spreekt maar wel naar een stuursignaal luistert |
De waarden hierboven zijn bedoeld om je op weg te helpen. Kijk voor de exacte gegevens altijd in de handleiding van het product zelf, of vraag het ons even na.
Denk aan een thermometer en een kraan. Een analoge ingang is de thermometer: hij meet en vertelt het je installatie. Een analoge uitgang is de kraan: je installatie zegt hoe ver hij open moet, en het apparaat vertaalt dat naar een spanning waar de kraan iets mee kan.
Vaak heb je ze allebei nodig. Een klimaatinstallatie meet met een sensor en stuurt met een klep. Dan gaat er een analoge ingang aan de meetkant in je verdeler, en een analoge uitgang aan de stuurkant. Ze werken los van elkaar; het is de programmering die ze aan elkaar knoopt.
Wat kun je erop aansluiten?
Analoge apparatuur spreekt niet één taal maar een handjevol. Deze apparaten kennen ze vrijwel allemaal, en welke je gebruikt stelt je installateur per kanaal in.
| Soort signaal | Bereik | Waar je dit tegenkomt |
|---|---|---|
| Stroomsignaal | 0 tot 20 milliampère en 4 tot 20 milliampère | De standaard in de industrie en bij installatietechniek. Ongevoelig voor lange kabels, en bij 4 tot 20 milliampère merk je het meteen als de draad breekt |
| Spanningssignaal | 0 tot 1 volt, 0 tot 5 volt, 0 tot 10 volt en 1 tot 10 volt | Veel sensoren en veel ventilatie- en klimaatapparatuur. Eenvoudig, maar gevoeliger voor spanningsverlies over een lange kabel |
| Temperatuurvoeler | PT100 en PT1000, van min 50 tot plus 150 graden | De gangbare voelers in verwarming en klimaat. Een aanvoertemperatuur, een buffervat, een vloertemperatuur |
| KT- en KTY-voeler | Van min 50 tot plus 150 graden | Een ander type temperatuurvoeler, dat je vooral in oudere installaties tegenkomt |
| Weerstandsmeting | 0 tot 1000 ohm | Voor voelers en sensoren die hun weerstand veranderen en niet onder een van de vaste types vallen |
| Potentiaalvrij contact | Open of dicht | Een schakelaar, een vlotter of een alarmcontact. Handig als je op hetzelfde apparaat ook iets wilt uitlezen dat alleen aan of uit is |
De waarden hierboven zijn bedoeld om je op weg te helpen. Kijk voor de exacte gegevens altijd in de handleiding van het product zelf, of vraag het ons even na.
Waarom 4 tot 20 milliampère zo vaak wordt gebruikt. Bij dit bereik betekent nul milliampère niet "de laagste waarde" maar "er is iets mis". Breekt de draad of valt de sensor uit, dan ziet je installatie dat meteen. Bij 0 tot 10 volt kun je een defecte sensor niet onderscheiden van een meting die toevallig nul is.
Bij lange kabels kies je stroom boven spanning. Over een lange draad valt spanning weg en meet je te laag. Een stroomsignaal heeft daar geen last van, want de stroom is overal in de lus gelijk. Loopt je sensor tientallen meters verderop, dan is dat het overwegen waard.
Wat kun je ermee in huis?
Dit zijn geen apparaten die je in elke woning tegenkomt. Maar op het moment dat je iets wilt opnemen wat geen KNX spreekt, is er meestal geen alternatief.
Verwarming en klimaat uitlezen
De aanvoertemperatuur van je vloerverwarming, de temperatuur in een buffervat, of het retourwater van je warmtepomp. Met een PT1000-voeler leest de analoge ingang dat uit, en daarna kun je erop sturen of het gewoon op je scherm tonen.
Ventilatie aansturen
Veel ventilatieboxen en luchtbehandelingskasten hebben een stuuringang van 0 tot 10 volt. Met een analoge uitgang regel je die traploos vanuit KNX, in plaats van met drie vaste standen.
Sensoren die geen KNX spreken
Een drukmeter, een vochtigheidssensor, een CO2-meter of een niveaumeting in een regenwatertank. Alles wat een stroom- of spanningssignaal afgeeft, kun je hiermee inlezen.
Kleppen en regelaars
Een motorklep of een regelaar die op een stuursignaal werkt. Je installatie bepaalt de stand, de analoge uitgang zet dat om in de spanning of stroom die het apparaat verwacht.
Meetwaarden zichtbaar maken
Zodra een waarde op de bus staat, kun je hem op een scherm zetten, in een grafiek laten lopen via een server, of er een melding aan hangen als hij te hoog of te laag wordt.
Bewaking en alarm
Je kunt per kanaal grenswaarden instellen. Wordt een temperatuur te hoog of een niveau te laag, dan stuurt het apparaat zelf een bericht de bus op, zonder dat daar een server voor nodig is.
Dit is vaak het ontbrekende puzzelstukje bij een verbouwing. Je hebt een warmtepomp, een ventilatiesysteem of een zwembadinstallatie die prima werkt maar niets van KNX weet. In plaats van dat apparaat te vervangen, koppel je het met een analoge ingang of uitgang aan je installatie. Dat is meestal aanzienlijk voordeliger.
Grenswaarden: wat het apparaat zelf kan bedenken
Een analoge ingang is meer dan een meetapparaat. Je kunt er per kanaal twee grenswaarden in zetten, en die kan hij zelf bewaken.
- Twee grenswaarden per kanaal Elk met een boven- en een ondergrens, dus vier punten waarop het apparaat kan reageren.
- Hysterese instelbaar Zodat een waarde die rond de grens schommelt niet steeds heen en weer schakelt. Zonder hysterese krijg je een melding per minuut.
- Minimale duur Een grens moet een ingestelde tijd overschreden zijn voordat er iets gebeurt. Dat filtert korte pieken eruit.
- Grenzen zijn aan te passen via de bus Je installateur legt ze niet vast in beton: ze zijn later via KNX te wijzigen, bijvoorbeeld per seizoen.
- Werkt zonder server De bewaking zit in het apparaat zelf. Valt je server of je scherm uit, dan blijft de melding gewoon werken.
- Voeding voor je sensoren De DIN-railuitvoering levert 24 volt gelijkspanning met 300 milliampère voor de sensoren zelf. Je hebt er dus meestal geen aparte voeding voor nodig.
Die voeding voor sensoren scheelt een apparaat. Veel analoge sensoren hebben zelf ook stroom nodig. Bij de railuitvoering komt die uit het apparaat, dus je hoeft er geen aparte gelijkspanningsvoeding bij te zetten. Trekt je sensor meer dan 300 milliampère, dan kijk je alsnog naar een hulpvoeding.
Op de rail of aan de wand?
Er zijn twee uitvoeringen, en de keuze gaat vooral over waar je sensor zit.
| Uitvoering | Waar hij zit | Wanneer dit de juiste is |
|---|---|---|
| Voor de DIN-rail | In je meterkast, vier modules breed. Vier kanalen, met een voeding voor de sensoren erbij | De gebruikelijke keuze. Alles bij elkaar in de verdeler, en je hebt meteen vier kanalen |
| Voor opbouw aan de wand | Een kastje van ongeveer 117 bij 117 millimeter, met beschermingsgraad IP54. Twee kanalen | Als je sensor ver van de meterkast zit. Het kastje hangt dan dicht bij de sensor en alleen de KNX-kabel loopt terug |
De waarden hierboven zijn bedoeld om je op weg te helpen. Kijk voor de exacte gegevens altijd in de handleiding van het product zelf, of vraag het ons even na.
IP54 betekent spatwaterdicht, niet weerbestendig. Het opbouwkastje kan tegen stof en tegen spatwater, dus een technische ruimte, een garage of een kruipruimte is geen probleem. Buiten in de regen is een ander verhaal; zet het daar in een omkasting.
Let op de kabellengte naar je sensor. Bij de opbouwuitvoering geeft ABB maximaal 30 meter tussen de sensor en de ingang op. Zit je sensor verder weg, dan hang je het kastje dichter bij de sensor en laat je de KNX-buskabel het lange stuk overbruggen. Dat is precies waar die opbouwuitvoering voor gemaakt is.
Hoe nauwkeurig meet zo'n apparaat?
Nauwkeuriger dan je in een woning nodig hebt, en dat is een geruststelling: de onnauwkeurigheid zit vrijwel altijd in de sensor en niet in het meetapparaat.
| Wat je meet | Resolutie | Nauwkeurigheid |
|---|---|---|
| Spanning | 200 microvolt | Ongeveer 0,2 procent |
| Stroom | 2 microampère | Ongeveer 0,2 procent |
| PT100-voeler | 0,01 ohm, oftewel ruwweg 0,025 graad | Rond de 0,15 ohm |
| PT1000-voeler | 0,1 ohm, oftewel ruwweg 0,025 graad | Rond de 1,5 ohm |
| Weerstand | 0,1 ohm | Ongeveer 1 ohm |
De waarden hierboven zijn bedoeld om je op weg te helpen. Kijk voor de exacte gegevens altijd in de handleiding van het product zelf, of vraag het ons even na.
Kies je voeler met zorg, niet je meetapparaat. Een PT1000 van een goedkoop merk wijkt vaak een halve graad af, terwijl de ingang zelf op honderdsten meet. Wil je echt nauwkeurig meten, investeer dan in de voeler en in een nette montage, en niet in een duurder inleesapparaat.
Twee- of driedraads aansluiting. Bij een PT100 of PT1000 telt de weerstand van je kabel mee in de meting. Met een driedraads aansluiting rekent het apparaat die eruit. Bij een korte kabel maakt het weinig uit; bij een lange scheelt het al snel een graad. De railuitvoering kan allebei.
Waar je op let bij het aansluiten
Analoge signalen zijn gevoeliger dan digitale. Deze punten bepalen of je meting klopt en of hij stabiel blijft.
- Houd de kabel bij de netspanning vandaan Een analoge kabel die naast een 230 volt kabel loopt, pikt storing op. Leg hem in een aparte goot of houd afstand aan, zeker over langere trajecten.
- Gebruik afgeschermde kabel bij twijfel Bij lange trajecten of een omgeving met veel elektronica is een afgeschermde kabel het overwegen waard. De afscherming sluit je aan één kant aan.
- Let op de belasting bij een uitgang Een spanningsuitgang vraagt minimaal 1 kilo-ohm belasting, een stroomuitgang maximaal 500 ohm. Ligt het apparaat dat je aanstuurt daarbuiten, dan klopt je signaal niet.
- Vier modules op de rail De railuitvoering neemt vier modules in. Tel dat mee bij je actoren, de busvoeding en de rest van je verdeler.
- Weinig belasting op de bus Deze apparaten trekken minder dan 10 milliampère van de KNX-bus, dus ze vallen in je berekening nauwelijks op.
- Programmeren met ETS Per kanaal stelt je installateur in wat voor sensor eraan hangt, welk bereik erbij hoort en hoe de waarde naar KNX vertaald wordt.
Controleer het bereik van je sensor voordat je bestelt. Een sensor die 0 tot 10 volt afgeeft heeft een andere instelling nodig dan een die 4 tot 20 milliampère geeft, en een die buiten die bereiken valt kun je helemaal niet aansluiten. Kijk in het gegevensblad van je sensor, of stuur ons het type door.
Wat je in ons assortiment vindt
De analoge apparaten die wij voeren komen van ABB Busch-Jaeger, uit de i-bus-serie.
Analoge ingang voor de rail
Vier kanalen, vier modules breed. Kent spanning, stroom, PT100, PT1000, KT- en KTY-voelers, weerstandsmeting en een potentiaalvrij contact. Levert zelf 24 volt met 300 milliampère om je sensoren te voeden, en heeft twee instelbare grenswaarden per kanaal.
Analoge ingang voor opbouw
Twee kanalen in een kastje met beschermingsgraad IP54, om aan de wand te schroeven. Dezelfde soorten sensoren, maar dicht bij de meting in plaats van in de meterkast. Maximaal 30 meter kabel naar de sensor.
Analoge uitgang voor de rail
Vier kanalen die een KNX-waarde omzetten in een spanning van 0 tot 1 of 0 tot 10 volt, of een stroom van 0 tot 20 of 4 tot 20 milliampère. Bedoeld om apparatuur aan te sturen die geen KNX spreekt, zoals ventilatie en luchtbehandeling.
Zoek je iets wat er niet bij staat? Wij kunnen vrijwel het hele assortiment van dit merk leveren, ook artikelen die niet in de webshop staan. Vertel ons welke sensor of welk apparaat je wilt koppelen, dan zoeken we uit wat erbij past.
Verwante categorieën
Een analoge ingang of uitgang werkt altijd samen met de rest van je installatie. Hieronder staan de categorieën die het dichtst bij deze pagina liggen.
- Schakelen Schakelactoren voor verlichting, stopcontacten en pompen.
- Dimmen Dimactoren, DALI en 1-10 volt voor traploos licht.
- Jaloezieën en rolluiken Actoren voor zonwering, met positionering en beveiliging tegen wind.
- Verwarming en ventilatie Verwarmingsactoren en ventielaandrijvingen per ruimte.
- KNX bedieningsapparaten De tastsensoren en drukcontacten aan de wand.
- KNX displays Bedienschermen waarop je je meetwaarden kunt tonen.
- KNX servers Visualisatie en logica, en het bijhouden van meetwaarden over de tijd.
- Voedingen De busvoeding en de hulpvoedingen voor je installatie.
- Alle KNX producten Het volledige KNX-assortiment, van actoren en sensoren tot buskabel.
Veelgestelde vragen over analoge ingangen en uitgangen
Wat is een analoge ingang?
Een apparaat dat een meetsignaal van buiten je installatie omzet in een waarde op de KNX-bus. Denk aan een temperatuurvoeler, een drukmeter of een niveaumeting. Zodra die waarde op de bus staat, kun je hem tonen op een scherm, erop laten sturen of er een melding aan hangen.
Wat is een analoge uitgang?
Precies het omgekeerde: die zet een waarde uit je KNX-installatie om in een spanning of een stroom, zodat je een apparaat kunt aansturen dat zelf geen KNX spreekt. Bijvoorbeeld een ventilatiesysteem of een luchtbehandelingskast met een stuuringang van 0 tot 10 volt.
Waarom heet de categorie analoge actoren als er ook ingangen in staan?
Omdat ze bij elkaar horen: het zijn allemaal apparaten die de brug slaan tussen KNX en apparatuur die met spanning of stroom werkt. Kijk bij het bestellen wel goed welke kant je op moet. Een ingang leest, een uitgang stuurt, en ze zijn niet uitwisselbaar.
Welke sensoren kan ik aansluiten?
Sensoren met een stroomsignaal van 0 tot 20 of 4 tot 20 milliampère, met een spanningssignaal van 0 tot 1, 0 tot 5, 0 tot 10 of 1 tot 10 volt, temperatuurvoelers van het type PT100, PT1000, KT en KTY, weerstandsmeting tot 1000 ohm, en gewone potentiaalvrije contacten.
Wat is het verschil tussen 0 tot 10 volt en 4 tot 20 milliampère?
Bij 4 tot 20 milliampère betekent nul niet de laagste waarde maar een storing: breekt de draad of valt de sensor uit, dan zie je dat meteen. Bij een spanningssignaal kun je een defecte sensor niet onderscheiden van een meting die toevallig nul is. Bij lange kabels is stroom ook betrouwbaarder.
Heb ik een aparte voeding nodig voor mijn sensoren?
Meestal niet. De railuitvoering levert zelf 24 volt gelijkspanning met 300 milliampère om je sensoren te voeden. Trekken je sensoren samen meer dan dat, dan komt er alsnog een hulpvoeding bij.
Hoe nauwkeurig is de meting?
Nauwkeuriger dan je in een woning nodig hebt. De ingang meet spanning en stroom op ongeveer 0,2 procent nauwkeurig en een PT1000 op honderdsten van een graad. De afwijking zit in de praktijk vrijwel altijd in de voeler zelf en in hoe die gemonteerd is, niet in het meetapparaat.
Kan ik grenswaarden instellen?
Ja, twee per kanaal, elk met een boven- en een ondergrens. Je kunt daar hysterese en een minimale duur bij instellen, zodat een schommelende waarde niet elke minuut een melding oplevert. Die bewaking zit in het apparaat zelf en werkt dus door als je server of scherm uitvalt.
Moet ik de rail- of de opbouwuitvoering hebben?
Dat hangt af van waar je sensor zit. De railuitvoering heeft vier kanalen en komt in je meterkast. De opbouwuitvoering heeft er twee, is spatwaterdicht volgens IP54 en schroef je aan de wand dicht bij je sensor. Dat laatste is handig als de meting ver van de verdeler ligt.
Hoe lang mag de kabel naar mijn sensor zijn?
Bij de opbouwuitvoering geeft de fabrikant maximaal 30 meter op tussen sensor en ingang. Zit je sensor verder weg, hang het kastje dan dichter bij de sensor en laat de KNX-buskabel het lange stuk overbruggen. Daar is die uitvoering voor gemaakt.
Waarom moet de kabel bij de netspanning vandaan blijven?
Omdat een analoog signaal klein is en storing oppikt. Een meetkabel die tientallen meters naast een 230 volt kabel loopt, kan een onrustige meting geven. Leg hem in een aparte goot of houd afstand aan, en gebruik bij lange trajecten afgeschermde kabel.
Wat betekent twee- of driedraads bij een temperatuurvoeler?
Bij een tweedraads aansluiting telt de weerstand van je kabel mee in de meting, wat bij een lange kabel al snel een graad scheelt. Bij een driedraads aansluiting rekent het apparaat die kabelweerstand eruit. De railuitvoering kan allebei; kies driedraads als de voeler ver weg zit.
Kan ik mijn warmtepomp of ventilatie hiermee koppelen?
Vaak wel, als dat apparaat een analoge in- of uitgang heeft. Veel ventilatieboxen en luchtbehandelingskasten hebben een stuuringang van 0 tot 10 volt, en veel installaties geven hun temperaturen af als stroom- of spanningssignaal. Geef ons het type door, dan zoeken we uit wat er mogelijk is.
Waar moet ik op letten bij een analoge uitgang?
Op de belasting van het apparaat dat je aanstuurt. Een spanningsuitgang vraagt minimaal 1 kilo-ohm en een stroomuitgang maximaal 500 ohm. Ligt het apparaat daarbuiten, dan klopt je stuursignaal niet. Dat staat in het gegevensblad van het apparaat dat je wilt koppelen.
Hoeveel ruimte neemt dit in mijn verdeler in?
De railuitvoering is vier modules breed. Ze trekken minder dan 10 milliampère van de KNX-bus, dus in je busberekening vallen ze nauwelijks op. Tel de modules wel mee bij je schakelactoren, de busvoeding en de rest van je verdeler.
Kan ik dit zelf installeren?
De aansluiting van een sensor is laagspanning en op zichzelf niet ingewikkeld, maar het inregelen gaat met ETS en vraagt kennis van het signaal dat je sensor afgeeft. Bekijk onze installatieservice en programmering als je dat wilt uitbesteden.
Bekijk het in onze showroom
Analoge koppelingen laten zich lastig demonstreren, maar we denken graag met je mee over wat er in jouw situatie mogelijk is. Neem het gegevensblad van je sensor of van het apparaat dat je wilt koppelen mee naar onze showroom in Capelle aan den IJssel, dan kijken we het samen na.
Voor uitgebreid advies raden we aan vooraf een afspraak te maken, zodat we rustig de tijd voor je kunnen nemen.
Hulp nodig bij het koppelen van je apparatuur?
Vertel ons wat je wilt inlezen of aansturen, en stuur het gegevensblad of het typenummer mee. Dan zoeken wij uit welk signaal dat apparaat gebruikt, of je een ingang of een uitgang nodig hebt, hoeveel kanalen erbij horen en of de rail- of de opbouwuitvoering handiger is.
Bekijk onze dienst domotica samenstellen, of onze installatieservice en programmering. Werkt er al iets niet meer, kijk dan bij onderhoud, storing en uitbreiding. Je kunt ook gewoon contact met ons opnemen.
Analoge ingangen en uitgangen voor de DIN-rail en voor opbouw, van ABB Busch-Jaeger.
Bekijk alle analoge actoren Laat het samenstellen Contact opnemen